Zelfuitlijnende kogellagers hebben twee rijen kogels, een gemeenschappelijke sferische loopbaan in de buitenring en twee diepe, ononderbroken loopvlakgroeven in de binnenring. De sferische loopbaan in de buitenring van een zelfuitlijnend kogellager is zo gevormd dat het krommingsmiddelpunt samenvalt met het lagercentrum. Hierdoor kunnen de binnenring, de kogels en de kooi vrij rond het lagercentrum draaien, waardoor de uitlijning behouden blijft.